KAPPLA

Kappen en planten voor gezond, veerkrachtig bos

Met Kappla ontwikkelde Bosgroep Limburg een eigen beheersysteem van kappen & planten. 
Het idee is eenvoudig: waar bomen verwijderd worden, planten we bewust nieuwe soorten terug. Zo bouwen we bossen die gezonder, gevarieerder en beter bestand zijn tegen ziekten, droogte en klimaatverandering.

Bij elke ingreep kijken we welke bomen best ruimte maken en welke bomen mogen doorgroeien. Op die manier krijgen de sterkste exemplaren meer licht en voedingsstoffen, terwijl jonge bomen en struiken nieuwe kansen krijgen. 

Om te vermijden dat ongewenste soorten zoals Amerikaanse vogelkers de plak gaan zwaaien in vrijgemaakt gebied, zetten we doelgericht in op inheemse loofbomen zoals beuk, linde, haagbeuk of esdoorn. 
 

Aanplantingen gebeuren ofwel in groepen (percelen > 40 are) ofwel verspreid (percelen < 40 are), en krijgen de nodige bescherming en opvolging. 

Deze methode die ondertussen de standaard uitmaakt binnen ons beheer, laat ons toe bossen duurzaam te verjongen, de biodiversiteit te verhogen én kwaliteitshout te leveren. Het levert mooie gevarieerde mozaiëkbossen op waar ruimte is voor natuur, hout en welzijn. 

In hoogst uitzonderlijke gevallen, wanneer een bos zwaar verzwakt is of opvallend veel zieke bomen bevat, moeten we een tandje bijsteken. Voor dit soort omstandigheden hebben we Kappla+ in het leven geroepen. 

Wanneer het bos dringend een injectie van nieuw leven nodig heeft, en de standaard manier van bosbeheer niet (snel) genoeg soelaas biedt, dan grijpen we naar dit systeem. Hierbij worden grotere vlakken (tot ca. 1.000 m²) gekapt en opnieuw aangeplant. Drastisch maar noodzakelijk in sommige gevallen.

Jonge bomen met bescherming rond de stam