Veelgestelde vragen

  • De definitie volgens het bosdecreet is als volgt: "Grondoppervlakten waarvan de bomen en de houtachtige struikvegetaties het belangrijkste onderdeel zijn. Ze hebben ook een eigen fauna en flora en vervullen als bos één of meerdere functies."

    Omdat deze definitie voor interpretatie vatbaar is, heeft het Agentschap voor Natuur en Bos een bijkomende interne richtlijn opgesteld. Daarin staat dat een bos een breedte heeft van minstens tien meter, gemeten aan de buitenkant van de buitenste boomstammen.

    In de praktijk gaan we ervan uit dat als een strook bomen minstens 3 rijen breed is, het over een bos gaat. Bestaat de strook bomen slechts uit 2 rijen, dan is het geen bos en valt het kappen ervan onder de wetgeving van stedenbouw (soms natuurvergunning). Twijfelgevallen worden door het ANB zelf beoordeeld.

    Wat is geen bos?

    • Fruitboomgaarden, tuinen en parken
    • Lijnbeplantingen tot twee rijen bomen, vanaf drie rijen is het wel bos.
    • Boomkwekerijen en arboreta die niet aansluiten op een bos.
    • Kerstboomaanplantingen, behalve vanaf een gemiddelde hoogte van 4 meter.
    • Aanplantingen voor korte omloop hakhoutteelt of de zogenaamde "energiehoutakkers".
    • Populier- en andere aanplantingen in het kader van Europese regels om landbouwgrond (tijdelijk) uit gebruik te nemen.

    De bestemming van de grond is dus van geen belang. Als het een bos is volgens het bosdecreet, dan is het een bos, ook al staan de bomen in woon-, landbouw-, industrie-, natuur- of parkgebied.

    Meer info: www.natuurenbos.be/definitiebos

  • Zowel in openbare als private bossen gelden strikte regels voor het kappen van bomen in bos. Die regels zijn vastgelegd in het "Bosdecreet".

    Kappingen die zijn opgenomen in een goedgekeurd bosbeheerplan mogen onmiddellijk uitgevoerd worden en zijn niet meldingsplichtig. 
    Voor alle andere kappingen die worden uitgevoerd om een bos te beheren en die niet leiden tot ontbossing, moet een machtiging worden gevraagd aan het Agentschap voor Natuur en Bos. 
    Dit geldt ook voor het kappen van hakhout, struiken en dode bomen op stam, zelfs van Amerikaanse vogelkers.

    Een zeer dringende kapping om veiligheidsredenen kan gebeuren zonder machtiging. Voorwaarde is wel dat dit – samen met de motivering – ten laatste 24 uur na de kapping schriftelijk wordt gemeld aan het Agentschap voor Natuur en Bos.

    Bij een kapping om sanitaire redenen moet dit – samen met de motivering – minstens veertien dagen voor het uitvoeren van de kapping schriftelijk aan het Agentschap voor Natuur en Bos worden meegedeeld. "Sanitaire redenen" betekent: om verdere aantasting door ziekte te voorkomen.

    Bij kappingen om veiligheidsredenen en sanitaire kappingen moet de bosbeheerder binnen de zes maanden na de kapping een voorstel van herstelmaatregelen ter goedkeuring aan het Agentschap voorleggen.

  • Voor het kappen van een boom die niet in een bos staat, is een omgevingsvergunning nodig als de boom een omtrek van minstens 1 meter heeft op 1 meter boven de grond – het zogenaamde maaiveld.

    Deze vergunning is aan te vragen bij de gemeente, die dit dan verder opvolgt.

    Soms is een vergunning niet nodig. Dit is bijvoorbeeld zo als de boom op hetzelfde kadastrale perceel staat als je huis en tegelijk binnen de 15 meter van een vergund gebouw (maar niet op de grens met het openbaar domein).

    Veel gemeenten hebben hun eigen regels voor het kappen van bomen op huiskavels. Bij twijfel neem je best contact op met de gemeente.

    Bomen zijn kostbaar en voor het overtreden van illegale kappingen worden hoge boetes gegeven.

  • Bij het planten van bomen moeten een aantal regels gerespecteerd worden. In bepaalde gebieden kan het verboden zijn of moet een vergunning aangevraagd worden. Omdat de regels verspreid zijn over verschillende wetgeving geven we hier een beknopt overzicht. Uitgebreide informatie vind je op de website van het Agentschap voor Natuur en Bos.

    Het Veldwetboek voert een vergunning in voor bosaanplantingen in het agrarisch gebied. Het Bosdecreet voegt hier een aan te vragen advies van Departement Landbouw en Visserij aan toe. Bijgevolg is voor bebossing in agrarisch gebied een vergunning van het college van burgemeester en schepenen vereist van de gemeente waar de bebossing plaats zal vinden en een advies van Departement Landbouw en Visserij - Afdeling Beleidscoördinatie en Omgeving (ABCO).

    Als het planten van bomen zorgt voor een vegetatiewijziging of een wijziging van een klein landschapselement (KLE), dan kan het planten van de bomen verboden zijn of kan een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging(en) nodig zijn. Meer info vind je via de website van het Agentschap voor Natuur en Bos.

    Voorbeelden van vegetaties zijn vennen, heiden, moerassen, duinvegetaties, niet recent omgeploegde en ingezaaide graslanden, loofbossen en houtachtige beplantingen. Onder de KLE’s rekenen we de bermen, bomen, knotbomen, bomenrijen, bronnen, dijken, houtkanten, hagen, holle wegen, hoogstamboomgaarden, perceelsrandbegroeiingen, sloten, struwelen, poelen, veedrinkputten en waterlopen.

    In de gebieden die behoren tot het Vlaams Ecologisch Netwerk (VEN) zijn vegetatiewijzigingen of het wijzigen van kleine landschapselementen (KLE’s ) zoals bomen verboden behoudens ontheffing.
    In de Speciale Beschermingszones (SBZ) afgebakend in het kader van Natura 2000 kan voor een vegetatiewijziging een omgevingsvergunning voor vegetatiewijziging(en) nodig zijn. Bovendien kan het zijn dat een passende beoordeling moet worden opgemaakt indien het planten van de bomen vergunningsplichtig is. Terugkoppeling met ANB is in deze nodig.

  • Wijzigen kadastraal inkomen

    Wanneer je je perceel bebost, kun je na de aanplant een aanvraag indienen om het kadastraal inkomen van je perceel te wijzigen. Dit kan op 2 manieren, namelijk online via MyMinfin of met een papieren aangifteformulier dat je verstuurt via de post.

    N.B.: het kadaster is een federale bevoegdheid, maar de belasting (onroerende voorheffing) die berekend wordt op basis van het KI is een Vlaamse bevoegdheid.

    MyMinfin

    Extra informatie via Aangifte | FOD Financiën

    1. Meld je aan op MyMinfin.
    2. Klik op de onthaalpagina in het vak "Mijn woning en mijn onroerende goederen" op "Mijn onroerende gegevens raadplegen".
    3. Klik bij "Mijn huidige onroerende goederen" op de tab "Actuele situatie"
    4. Kies voor het betreffende perceel bij de drie puntjes "Spontane kadasteraangifte starten".
    5. Kies de optie "Kadasteraangifte – onbebouwd terrein" voor het gekozen perceel.
    6. Volg dan de 5 stappen van de website.

    Je krijgt vrij snel digitaal en later per post een "betekening van het kadastraal inkomen" waarop bij "aard" nu "bos" zou moeten staan.

    Als je bij stap 3 op de tab "Fiscale toestand" klikt, zie je de toestand die de Vlaamse Belastingdienst hanteert. Dat wordt pas later gewijzigd.

    Via de post

    Extra informatie: Post | FOD Financiën

    1. Vul het aangifteformulier 43B wijziging terrein in.
    2. Stuur het formulier naar de FOD Financiën

      FOD Financiën - AAPD - Dienst Prodocs Oost-Vlaanderen
      Gaston Crommenlaan 6 bus 467
      9050 Gent

      (Dit adres is van toepassing voor percelen gelegen binnen de provincie Limburg, raadpleeg de website voor de adressen van andere provincies.)

    Vlaamse belastingdienst: terugvordering

    Extra informatie: Onroerende voorheffing | Vlaamse Belastingdienst

    Wanneer jouw perceel reeds (enkele jaren) bebost is, maar dit nog niet als bosgrond opgenomen werd in het kadaster, betaalde je teveel belastingen. Je kunt bij de Vlaamse belastingdienst een terugvordering aanvragen van het bedrag dat je teveel betaalde. Gebruik daarvoor als bewijsstuk de "betekening van het kadastraal inkomen" dat je van MinFin ontving.

    Als jouw aanslag onroerende voorheffing minder dan 3 maanden geleden gedateerd is, dan kun je voor het betreffende jaar bezwaar maken via het digitaal loket.

    Als de aanslag meer dan 3 maanden geleden gedateerd werd, dan rest jou de mogelijkheid om "ambtshalve vermindering" te verzoeken. Daarop hoeft de Vlaamse belastingdienst niet positief te antwoorden, maar als er een "materiele vergissing" gebeurd is, kan ze daartoe besluiten. Ook hiervoor ga je naar het digitaal loket, maar nu stel je een "dossiergebonden vraag".

  • Bij overhangende takken vraagt men best aan de eigenaar om de takken weg te snoeien tot op de grens. Dit moet hij zelf doen, tenzij hij jou de toestemming geeft om zelf aan de slag te gaan.

    Ga je op eigen houtje aan het werk, dan loop je het risico dat je buurman jou een schadeloosstelling vraagt.

    Als de eigenaar weigert de takken te snoeien, kun je je wenden tot de vrederechter.

    Voor wortels geldt een heel andere benadering: die mag een buur wel op eigen houtje wegzagen tot op de grens, zo bepaalt artikel 37 van het Veldwetboek. Hoewel hij zo ook schade berokkent, kan er toch geen schadeloosstelling worden geëist.

    Het wegzagen van overhangende takken en wortels verjaart niet. Er geldt dus geen verjaring na drie maal tien jaar.

  • De Vlaamse overheid heeft voor alle bossen (zowel openbaar als privé) in Vlaanderen een polis burgerlijke aansprakelijkheid afgesloten via Ethias. Bosbeheerders kunnen terugvallen op deze polis als ze aansprakelijk worden gesteld voor schade aan recreanten ten gevolge van het toegankelijk zijn van hun bos.

    De verzekering dekt (zowel lichamelijke als materiële) schade aan personen die gebruik maken van bossen in Vlaanderen als de recreant de toegankelijkheidsregels van het betreffende gebied heeft opgevolgd.

    Alle informatie hierover vind je op de de website van het Agentschap Natuur en Bos

    Of en in hoeverre je als boseigenaar verder gedekt bent voor schade, vraag je best na bij jouw verzekeraar.

    Doorgaans zijn bossen niet verzekerd tegen financieel verlies door stormschade of brand. Voor dit laatste werd "Amifor" in het leven geroepen. 
    Amifor is een onderling verzekeringsfonds tegen bosbrand, in het leven geroepen door bosbouwers voor bosbouwers. Het dekt openbare en private boseigenaars tegen brand van hun bossen. 
    Meer info op de website van Amifor.

  • De schoontijd (of "broedseizoen") is standaard de periode tussen 1 april en 30 juni waarin niet in het bos mag worden gewerkt. Afhankelijk van de situatie kan deze termijn aangepast, verkort of verlengd worden.

    Het doel van de schoontijd is vooral om broedende vogels niet te verstoren. Maar ook bodembescherming, de aanwezigheid van zeldzame vegetatie of bepaalde diersoorten kunnen een reden zijn. 

    Wanneer deze schoontijd niet leidt tot een betere bescherming van het ecosysteem kan overwogen worden om deze periode in te korten of op te heffen.

    De periode wordt steeds opgelegd door Natuur en Bos in de kapmachtiging of staat vermeld in het beheerplan.

  • In tegenstelling tot de domeinbossen (eigendom van het Vlaams Gewest), waar in bepaalde gevallen de omgekeerde toegankelijkheid van toepassing is, geldt voor de overige openbare bossen en de privébossen de principiële toegankelijkheid. Dit betekent dat voetgangers toegelaten zijn op de wegen, maar deze niet mogen verlaten. Privébossen waar geen wegen door lopen, zijn dus niet toegankelijk. 
    Onder voetgangers wordt verstaan: wandelaars, joggers, langlaufers, fietsers jonger dan 9 jaar en rolstoelgebruikers. Je kunt er als privé-eigenaar voor kiezen om de wegen in jouw bos af te sluiten (zie vraag "Mag ik mijn bos afsluiten?").

    In bossen en op boswegen is geen enkele vorm van gemotoriseerd verkeer toegelaten. Uitzondering hierop zijn: vervoer om technische redenen (zoals onderhoud en exploitatie), noodzakelijk verkeer voor het beheer, de bewaking en de veiligheid van de bezoekers en vervoer in door de beheerder vast te stellen bijzondere omstandigheden.

    Boswegen worden gedefinieerd als alle wegen of gedeelten van wegen gelegen in het bos waar minstens twee voetgangers tegelijk kunnen passeren. Paden waarop slechts één voetganger tegelijkertijd kan passeren, worden niet als boswegen beschouwd, tenzij ze deel uitmaken van het toegankelijke wegennet opgenomen in de toegankelijkheidsregeling. 

  • Ja, als privéboseigenaar kun je je bos afsluiten. Aan de ingang van de paden moet je dan een wettelijk vastgesteld V.14-bord ophangen. Boseigenaars moeten geen verantwoording afleggen aan derden of aan de overheid wanneer ze dit verbodsbord willen gebruiken. Wandelaars die dat verbod negeren, kunnen geverbaliseerd worden. Het is de eigenaar ook toegestaan om het pad af te sluiten.

    Als het om een officiële buurtweg of een trage weg gaat met publiekrechtelijke erfdienstbaarheid van doorgang (= al 30 jaar of langer ondubbelzinnig openbaar gebruikt), dan kan het niet worden afgesloten en mag de eigenaar ook geen bordje V.14 hangen.

    Je kunt het V.14 bord zelf laten maken bij een drukker als je volgende voorwaarden respecteert:

    • verhouding: 3 op 4
    • minimale afmetingen van het bord: 7,5 × 10 cm
    • groene tekst: pantone kleur 336 C
    • rood: pantone kleur 1788 CVU

    Download een afbeelding van het bord in het Nederlands of een tweetalig bord. (Nog op Drupalserver plaatsen)

  • Privé-boseigenaars kunnen een toegankelijkheidsregeling opstellen en zo hun boswegen openstellen voor voetgangers, ruiters, menners, fietsers en spelende kinderen. Zij bepalen binnen de grenzen van de wet zelf wie welke toegang krijgt. 
    Deze regeling is trouwens verplicht wanneer een eigenaar beroep wil doen op openstellingsubsidies. 
    Voor activiteiten die buiten de toegankelijkheidsregeling vallen, is toestemming van de eigenaar nodig.

    Is jouw bos opgenomen in een natuurbeheerplan én heb je toegankelijkheidsregeling opgemaakt, dan kan de Vlaamse overheid subsidies toekennen voor het openstellen van de boswegen en van speelzones in privé-bossen. 
    De bedragen en meer info vind je op de website van het Agentschap Natuur en Bos.

  • Volgens het Burgerlijk Wetboek mag elke eigenaar zijn eigendom omheinen.

    Dit mag echter volgens het Bosdecreet (art. 97) rond een bos niet met prikkeldraad gebeuren, tenzij je een machtiging hebt gekregen van het Agentschap voor Natuur en Bos of tenzij het in het goedgekeurde beheerplan is opgenomen.  

    In kwetsbare gebieden dient de voorkeur gegeven te worden aan een omheining die past in de omgeving, die max. 1,8 m hoog is (om grootwild te laten passeren) en die 15 cm van de grond wordt geplaatst (om kleinwild te laten passeren).

  • Uiteraard niet: resten, vuilnis en afval van welke aard ook niet horen niet thuis in het bos. Enkel houtafval en boomschors die achterblijven na de toegestane exploitatie van het bos in kwestie is toegelaten.

    Groenafval (grasmaaisel, bladeren, …) noch GFT horen thuis in het bos!

  • Strikt volgens het bosdecreet mag dit niet tenzij je een machtiging hebt van het Agentschap voor Natuur en Bos of het in het goedgekeurde beheerplan is opgenomen.

    Het is wel toegelaten als je bos in een toegankelijkheidsregeling als een permanente speelzone is aangeduid.

  • Nee, dieren houden binnen een omheining in het bos, zoals bv. paarden, kippen, damherten, … is verboden tenzij je een machtiging hebt gekregen van het Agentschap voor Natuur en Bos of tenzij het in het goedgekeurde beheerplan is opgenomen.

  • Tussen twee erven moeten hoogstambomen op minimaal 2 meter van de scheidingslijn geplant worden. Naast een perceel in agrarisch gebied ben je verplicht om een afstand van 6 meter te respecteren. Struiken moet je op minstens een halve meter (50 cm) van de scheidingslijn tussen twee erven planten.

    Werden bomen, hagen, heesters en struiken op een kortere afstand geplant dan in de wet bepaald, dan kan de nabuur de rooiing er van eisen. 
    Let wel: dit houdt geen automatisch recht in! Bijgevolg is het de vrederechter die in deze kwesties een appreciatiebevoegdheid heeft en hierbij alle belangen van beide partijen zal inroepen.

    Bovendien betekent de uitspraak van de vrederechter nog niet dat men een vergunning heeft om de boom te kappen! Deze moeten, indien nodig,- ook aangevraagd worden eer de bomen gekapt kunnen worden.

    Als de bomen er al langer dan 30 jaar onverstoord staan (d.w.z. de buurman heeft er nog nooit over geklaagd) dan kunnen ze blijven staan ongeacht de afstand (burgerlijk recht: erfdienstbaarheid zichtbaar en voortdurend).

  • Bos moet bos blijven. Dat wil zeggen dat als je een kaalkap uitvoert, je als bosbeheerder er voor moet zorgen dat er nadien nieuwe bomen beginnen groeien op dezelfde locatie en over de volledige oppervlakte van het bos.

    Dit mag echter niet eender welke boomsoort zijn. Voor de keuze van boomsoorten na een kaalkapping, hanteert Het Agentschap voor Natuur en Bos het "standstill"-principe. Dit houdt in dat de situatie voor de kapping de norm is voor de toekomst: de kwaliteit en de kwantiteit mag niet achteruit gaan.

    Download de tabel voor een overzicht over wat welke boomsoorten zijn toegelaten. (Nog op Drupalserver plaatsen)

  • Alle bomen kappen waarbij het bos bos blijft, is geen ontbossing maar noemt men een eindkap of kaalkap. Deze maatregel is wel strikt geregeld via een kapvergunning of beheerplan.

    Ontbossen is verwijderen van bos waarna er aan de grond een andere bestemming of gebruik wordt gegeven zoals andere natuur (heide) of bouw- , industrie- of landbouwgrond.

    Ontbossing is in de regel verboden. Uitzonderingen zijn slechts in bepaalde gevallen mogelijk. De te ontbossen oppervlakte dient gecompenseerd te worden, hetzij door het betalen van een bosbehoudsbijdrage, hetzij door het uitvoeren van een compenserende bebossing, of door een combinatie van beide maatregelen.

    Voor de ontbossing is een omgevingsvergunning nodig. Bij zijn aanvraag voegt de aanvrager een compensatievoorstel waarin hij duidelijk aangeeft welke oppervlakte ontbost zal worden en op welke wijze dit gecompenseerd zal worden. Het Agentschap voor Natuur en Bos dient zowel advies te geven over de ontbossing als over de voorgestelde compensatiemaatregel.

    Buiten de woon- en industriegebieden kan ontbossing enkel toegestaan worden na ontheffing van het verbod op ontbossing door de bevoegde minister. Deze ontheffing ontslaat de boseigenaar niet van de compensatieplicht. Ook na deze ontheffing moet een stedenbouwkundige vergunning worden aangevraagd vooraleer met de ontbossing kan gestart worden.

  • De meeste uitheemse boomsoorten (zoals bv. Corsicaanse den, Douglas, …) veroorzaken geen problemen. Bij een kleine minderheid zoals o.a. de Amerikaanse vogelkers zien we een negatieve impact op de natuur. De nadelen van deze soort zijn dat ze zo sterk verjongen dat lokaal de ontwikkeling van grond- en struiklagen wordt tegen gegaan. Hierdoor kan lokaal de plantensoortenrijkdom verminderen of de samenstelling ervan wijzigen. Het kan ook bosverjonging voorkomen en de kosten voor beplantingen verhogen. In dat geval spreekt men van een "invasieve uitheemse soort".

    In principe kan Natuur en Bos je als bosbeheerder niet verplichten om deze soort te bestrijden. Als jouw bospercelen zijn opgenomen in een natuurbeheerplan en een invasieve exoot de beheerdoelstellingen in de weg staat, zul je wel maatregelen moeten nemen om deze te bereiken.

    Het is ook verboden om je bos na een eindkap om te vormen naar een bos met invasieve exoten. Ook dan kan Natuur en Bos maatregelen opleggen om te voorkomen dat zo’n omvorming gebeurt (zie ook "Wat is het ‘standstill’-principe?").

  • Met dank aan het Provinciaal Natuurcentrum en het INBO, vind je hier antwoorden op enkele meest gestelde vragen.

    Hoe herken ik de eikenprocessierups?

    De eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) is een behaarde rups die ongeveer 3 cm groot kan worden. Ze vormen nesten op de stam of op dikkere takken. ’s Nachts bewegen de rupsen in processie terwijl ze zich voeden met de eikenbladeren. De rupsen komen uit tussen midden en eind april. Tijdens een warm voorjaar kunnen de rupsen ook al eind maart uitkomen. Wanneer het nest de grootte van een tennisbal heeft, bevat het ongeveer een 250-tal rupsen. Grotere nesten kunnen wel een 1000-tal rupsen bevatten (grootte voetbal).

    Waar komt deze rups het meest voor?

    Zoals de naam suggereert, wordt de rups vooral gesignaleerd in zomereiken en dat vooral langs lanen, in bosranden, erfbeplantingen en landgoederen in bosrijke omgevingen. In bossen wordt de rups ook waargenomen, maar in mindere mate. Dit komt omdat de rupsen liever in bomen zitten die veel zonlicht opvangen.

    De rups kan sporadisch ook in andere boomsoorten worden aangetroffen, zoals beuk, berk en kastanje. Daarnaast wordt de rups soms aangetroffen op hazelaar, meidoorn en robinia. Waarnemingen op naaldhout worden wellicht altijd verwisseld met de minder voorkomende dennenprocessierups.  

    Wat zijn de brandharen precies en hoe worden ze verspreid?

    De brandharen van de eikenprocessierups zien er pijlvormig uit en hebben weerhaakjes. Ze zijn niet zichtbaar met het blote oog, maar kunnen wel zorgen voor huidirritaties en neus- en luchtwegklachten.

    De brandharen kunnen 6 tot 8 jaar hun functie behouden. Dit betekent dat als er een bepaald jaar minder nesten zijn, er toch nog steeds brandharen kunnen liggen van de vorige jaren. De eikenprocessierupsen kunnen de haren wegschieten bij bedreiging en deze kunnen zich verspreiden via de wind. Op iedere rups komen ongeveer 700.000 brandharen voor.

    Ik heb een nest ontdekt! Wat kan ik doen?

    Als particulieren ben je in principe zelf verantwoordelijk voor het laten bestrijden van de rups of het wegnemen van de overlast van aanwezige nesten in de bomen. Voor advies wend je je best naar de gemeente.

    Verwijder de eikenprocessierupsen in ieder geval niet zelf! Dit verhoogt de kans op het verspreiden van de brandharen met irritatie tot gevolg. Schakel altijd een professioneel bedrijf in voor de bestrijding van eikenprocessierupsen. Zo ben je zeker dat het zo veilig mogelijk gebeurt!

    Wees waakzaam en neem bij vaststelling van een nest de nodige voorzorgmaatregelen.

    • Vermijd de locatie van aantasting.
    • Ben je genoodzaakt om in de buurt van een nest te komen, draag dan voldoende beschermende kledij.
    • Voer geen werken in de omgeving van een nest.
    • Hou er rekening mee dat de rupsenharen minstens 7 jaren irritatie blijven veroorzaken.  De stammen blijven brandharen hebben gedurende meerdere jaren,

    Staan de bomen langs een gemeentelijke weg, dan is het goed dit te melden bij de gemeente.

    Hoe kunnen de rupsen bestreden worden?

    Zoals gezegd, begin je best niet zelf aan het bestrijden van de rupsen. Dit leidde in het verleden soms tot gevaarlijke situaties met nadelen voor zowel eigen lijf en leden als de omgeving. Het verwijderen van de rupsen en hun nesten gebeurt vaak door ze op te zuigen of te verbranden. Dit is zeer arbeidsintensief omdat elke boom en elk nest individueel moet aangepakt worden. Deze methode brengt enkele gezondheidsrisico’s mee voor de personen die de behandelingen uitvoeren. Door de sterke toename van de eikenprocessierupsen is het niet langer haalbaar om ze met deze methode op grote schaal te verwijderen.

    Een andere methode is om de eikenprocessierups te bestrijden met de bacterie Bacillus thuringiensis (BT) bevatten. BT wordt echter niet erkend als toegestaan biocide in de EU-wetgeving. Daarnaast doodt dit product ook onbedoeld andere insectensoorten, zoals bijvoorbeeld de bruine eikepage (Satyrium ilicis) die in Vlaanderen op de Rode Lijst staat. Eiken behoren tot de boomsoorten die de grootste diversiteit aan insectensoorten herbergen, wat maakt dat de impact van BT op insectengemeenschappen ongewenst groot kan zijn.

    Alternatieve bestrijding

    Momenteel lopen er verschillende testen met meer milieu (-en mens) vriendelijkere bestrijdingsmiddelen. De meeste zitten nog in een proeffase. Win dus voldoende advies in eer je zelf aan de slag gaat!

    1. Verbeteren van de habitat rond potentiële haarden

      De rupsen van de eikenprocessierups worden aangevallen door o.a. sluipwespen, sluipvliegen, larven van gaasvliegen en zweefvliegen, lieveheersbeestjes, wantsen etc. De efficiëntie van deze natuurlijke vijanden wordt bepaald door het omringende vegetatie. Door het inzaaien van wilde bloemen en planten kan je de habitat aantrekkelijker te maken voor deze natuurlijke vijanden en zo hun densiteit te verhogen.
       
    2. Mezennestkasten

      Verschillende vogelsoorten voeden zichzelf of hun jongen met de rupsen van de eikenprocessierups. Mezen hakken de nesten van eikenprocessierups open en halen het volledig leeg. Deze vogels kunnen redelijk gemakkelijk aangetrokken worden door nestkasten op te hangen aan geïnfecteerde bomen. Dat maakt hen geschikte kandidaten om in te zetten voor de bestrijding van de eikenprocessierups.
    3. Poppenrover

      De poppenrover is een boom bewonende loopkever die voedt zich met poppen en rupsen. Eerder onderzoek wees uit dat ook de eikenprocessierups op het menu staat. Helaas is deze soort in Vlaanderen ernstig bedreigd met slechts één waarneming na 1980. Het zou een herintroductie van deze keversoort vergen om ingezet te worden als natuurlijke vijand van de eikenprocessierups. Dit kan door de kever op geschikte plaatsen uit te zetten zodat zich terug duurzame populaties kunnen ontwikkelen of door de keversoort herhaaldelijk vrij te laten. Hiervoor is er reeds een pilootproject opgestart in de provincie Limburg.

    Zijn er huis-tuin-en-keuken middeltjes die werken om de rupsen te bestrijden?

    Op internet vind je heel wat middeltjes die zouden werken tegen eikenprocessierupsen. Zo zou het gebruik van look en ui de rupsen uitdrogen en de brandharen onschadelijk maken. Ook zou het overgieten van de rupsen met kokend water de irritatie door de brandharen opheffen. Beide methoden zijn niet of slecht onderzocht en dus niet bewezen effectief. Het is daarom afgeraden deze methoden zelf te proberen. Ook het omwikkelen van boomstammen met plastic om zo de verplaatsing van de rupsen te stoppen blijkt niet effectief te zijn, omdat de rupsen gewoon terug in de bomen kruipen om daar te verpoppen.

    Het gebruik van feromoonvallen wordt ook wel eens voorgesteld als een bestrijdingsmethode, maar dat werk niet want slechts een (klein) deel van de mannetjesvlinders wordt gevangen.

    Gebruik zeker niet eender wel gif, want dat zou een veel nadeliger effect kunnen hebben voor zowel jezelf als de boom en alles wat er in en rond vliegt, zit, woont.

    Welke gevolgen heeft deze rups voor de boom?

    De rupsen zijn in staat om een hele boom kaal te vreten. Omdat dit vaak voor de tweede groeiperiode gebeurt lopen de bomen wel weer opnieuw uit. Wanneer een boom jaar na jaar wordt kaal gevreten kan de conditie wel verminderen. De lege nesten die in de bomen achterblijven zijn voor de boom niet schadelijk

    Is het een oplossing om (alle) eikenbomen te kappen?

    In eikenbomen komt een groot scala aan andere dieren voor, zoals de beschermde bruine eikenpage. Daarnaast hebben ze een grote ecologische waarde en zijn ze een belangrijke bron van hout. De eik is in België de boom met de grootste diversiteit aan soorten. Het verwijderen van (alle) eikenbomen is dus geen oplossing. Meer gevarieerde bomen helpen wel omdat de effecten van de aantasting daardoor verminderd worden.

    Moeten alle nesten van eikenprocessierupsen in een boom verwijderd worden?

    Als een aantal nesten niet verwijderd worden, kunnen deze nesten zorgen voor een vervijfvoudiging van het aantal nesten dat nog overblijft. Regelmatig worden er echter een aantal kleine nesten niet gevonden in de boom.

    Waarom ondervinden we nu meer last van de eikenprocessierups dan vroeger?

    Omdat er veel eiken zijn aangeplant langs wegen waardoor de rupsen zich sneller kunnen verspreiden. Ons landschap is sterk gefragmenteerd en natuurlijk bermbeheer wordt vaak niet toegepast wat leidt tot een afname en het verdwijnen van de natuurlijke vijanden op deze plekken. Mogelijk heeft de klimaatverandering ook een invloed op de verspreiding en het voorkomen van de soort.

    Voor nog meer info kun je de terecht op de website van het Provinciaal Natuurcentrum

    BRON: pureportal.inbo.be/portal/files/17007023/INBO.A.3814.pdf